Home > School voor trainers > Tips voor trainers > Werkvormen >
Incompany trainingen:
Actuele projecten:
Werkvormen

Rollenspel
Handige tips bij het werken met rollenspellen:

  • Vermijd het gebruik van het woord rollenspel; dit roept vaak meteen weerstand op.
  • De woorden rol en spel verwijzen naar “toneel” en “het is maar een spelletje”.
  • Woorden als oefensituatie, praktijksituatie en simulatie roepen doorgaans minder weerstand op.
  • Wees zelf enthousiast over het rollenspel, dan worden de deelnemers het ook.
  • Creëer een noodzaak voor het doen van het rollenspel.
  • Maak helder wat het de deelnemers aan het eind gaat opleveren.
Help rollenspelers / tegenspelers bij het inleven in hun rol; door zich te laten verplaatsen in hun eigen werksituatie door de daarbijbehorende beelden op te roepen: “Je loopt op de gang, kijkt naar links en je ziet.... je kijkt naar rechts en je ziet je leidinggevende en gaat het gesprek aan....
  • Creëer veiligheid door te zeggen dat “wat in de ruimte gebeurt binnen de 4 muren blijft”. Dit is ook om te voorkomen dat er later in de organisatie grappen worden gemaakt ten koste van een deelnemer.
  • Gebruik rolomschrijvingen die niet te specifiek zijn beschreven. Vertrouw op een creatieve en realistische invulling van tegenspelers. Hoe meer men zichzelf kan zijn hoe groter de opbrengst.
  • Check of men zich kan verplaatsen in de rollenspelsituatie.
  • Laat mensen bij voorkeur voorbereiden in groepjes. De groep is daarmee mede verantwoordelijk voor de performance van de rollenspeler. Laat hen pas aan het eind van de voorbereiding bepalen wie van de groep de rol gaat neerzetten.
  • Wees duidelijk over hoe je het aanpakt en nabespreekt.
Het nabespreken van rollenspellen:
  • Laat altijd eerst de rollenspeler ‘stoom’ afblazen. Vragen die daarbij helpen:
  • Hoe vond je het zelf gaan?
  • Wat ging lekker?
  • Wat liep minder lekker?
  • Wat zou je anders doen?
  • Zou het in het echt ook zo kunnen gaan?
  • Herken je de aanpak met de praktijk?
  • Laat de waarnemers hun bevindingen doen. Bewaak dat zowel complimenten als tips de revu passeren.
  • Vraag uiteindelijk aan de rollenspeler of hij/zij deze opmerkingen herkent en wat hij/zij ervan heeft geleerd.
  • Geef pas na het stoom afblazen en de waarnemingen van de deelnemers je tips en aanvullende modellen.
  • Zorg ervoor dat je altijd een toegevoegde waarde kunt leveren.

Discussiemethode


Hoe breng en houd ik als trainer een discussie op gang?
  • Creëer een ontspannen atmosfeer: begin een dag dus niet direct met een discussie want dan blijft het stil.
  • Zet stoelen in een kring (met tafels) zodat iedereen elkaar ziet.
  • Als het stil blijft maak dan een rondje.
  • Als mensen te veel ruimte innemen geef dan beurten.
  • Luister actief: mmm…. en kort herhalen wat mensen zeggen.
  • Ga vooral niet zelf in discussie, maar leid de discussie.
  • Hang niet de expert uit.
  • Gooi vragen terug in de groep: wat denk jij/jullie van dit of dat.
  • Stel vragen die de groep terug brengt op het onderwerp; bij vastlopen of afdwalingen.
  • Vat de belangrijkste conclusies samen.
  • Dank een groep voor hun deelname.

Clinic
Een clinic is een werkvorm voor de geoefende trainer. Het is een soort versnelde variant van een rollenspel waarin je als trainer bij de deelnemers aanschuift. Zodra je aanschuift start het rollenspel en zodra je als trainer het leerdoel hebt bereikt, schuif je weer weg en beëindig je het gesprek. Vaak “zoom” je alleen in op een gedeelte van een gesprek, bijvoorbeeld de start. Handige tips zijn:
  • Hoog tempo; veel oefenen, weinig discussie.
  • Laat deelnemers veel successen beleven.
  • Begin bij de durfal, maar ga ook bij degenen aan tafel zitten die minder durven.
  • Gebruik time-outs om te bespreken wat er goed / minder goed gaat.
  • Als het mis gaat; geef zelf als trainer een voorbeeld.
Brainstormmethode
Een brainstorm is een methode om een groep snel en creatief ideeën of oplossingen te laten inventariseren. Het uren piekeren of praten over en staren op een vraagstuk maakt plaats voor vaart, innovatie en het ongewone.
Een brainstorm kun je inzetten als werkvorm tijdens een training of om aan een groep aan te leren als instrument voor bijvoorbeeld de eigen vergaderingen.

Brainstormmethode
voor het oplossen van een (organisatie)vraagstuk
  • Beschrijf de probleemdefinitie.
  • Eerste brainstorm: alle ideeën worden geïnventariseerd, ook de dubbele en onzinnige: op gekleurde kaartjes, 1 idee per kaartje.
  • Plak de kaartjes op een flip-over en cluster ze; clusteren leidt tot families van ideeën en helpt de dubbele er uit halen.
  • Brainstorm per familie om nog meer ideeën te krijgen.
  • Eventueel clustering per familie.
  • De meest veelbelovende ideeën worden uitgekozen om mee verder te werken. Dit kan ook het gekste idee zijn.
  • Eventueel kunnen deelnemers punten toekennen aan families van ideeën. Ideeën met de meeste punten worden gekozen.
  • Noem per idee de voordelen.
  • Negatieve brainstorm: op welke manier zou het gekozen idee kunnen falen?
  • Herdefiniëring van manieren om te falen: “kan niet want…" , wordt "hoe voorkomen we dat?".
  • Keuze uit de ideeën: op basis van voor- en nadelen.
De uiteindelijke keuze wordt beoordeeld aan de hand van de probleemdefinitie, de geformuleerde doelstellingen en randvoorwaarden.


  Berenschot Groep
KSG Berenschot + t. 030 60 40 100 + info@ksgberenschot.nl